Wat zit er eigenlijk in je kraanwater?

Wat zit er eigenlijk in je kraanwater?

Je draait de kraan open, vult een glas en drinkt. Iets wat je meerdere keren per dag doet zonder erbij na te denken. En terecht: Nederlands kraanwater behoort tot het schoonste ter wereld. Maar weet je eigenlijk wat er precies in dat glas zit, naast water?

In dit artikel duiken we in de samenstelling van Nederlands kraanwater. Niet om paniek te zaaien, maar omdat bewust omgaan met je waterkwaliteit begint bij weten wat je drinkt.

Hoe wordt Nederlands kraanwater gemaakt?

Nederland heeft tien drinkwaterbedrijven die verantwoordelijk zijn voor de productie en distributie van kraanwater. Afhankelijk van de regio wordt het water gemaakt van grondwater (vooral in het oosten en zuiden) of oppervlaktewater uit rivieren als de Rijn en de Maas (vooral in het westen).

Het water doorloopt een uitgebreid zuiveringsproces voordat het bij jou uit de kraan komt. Denk aan filtratie, beluchting, ontharding en desinfectie. De kwaliteitseisen liggen vast in het Drinkwaterbesluit, waarin normen zijn opgenomen voor meer dan 60 verschillende stoffen.

Dat klinkt geruststellend. En dat is het ook. Maar "voldoen aan de wettelijke normen" en "helemaal vrij van ongewenste stoffen" zijn twee verschillende dingen.

Kalk: de meest zichtbare stof in je water

De meeste Nederlanders kennen kalk als die witte aanslag op de waterkoker, het doucheputje en de kraan. Kalk bestaat uit opgeloste calcium- en magnesiumzouten die van nature in grondwater voorkomen. Op zich niet schadelijk voor je gezondheid, maar het heeft wel invloed op de smaak van je water en de levensduur van je apparaten.

De waterhardheid verschilt sterk per regio. In delen van Noord-Holland en Zuid-Holland is het water relatief zacht, terwijl het in Brabant en Limburg aanzienlijk harder kan zijn.

PFAS: de "eeuwige chemicalien"

PFAS is een verzamelnaam voor meer dan 6.000 chemische stoffen die water-, vuil- en vetafstotend zijn. Je vindt ze in antiaanbaklagen, regenjassen, blusschuim, cosmetica en voedselverpakkingen. Het probleem: PFAS breken nauwelijks af in het milieu en stapelen zich op in het menselijk lichaam. Vandaar de bijnaam "forever chemicals".

Sinds 2024 geldt in Nederland een wettelijke norm van maximaal 100 nanogram PFAS per liter drinkwater. Alle drinkwaterbedrijven moeten hier uiterlijk in 2026 aan voldoen. Het RIVM heeft daarnaast een nog strengere richtwaarde geadviseerd van 4,4 nanogram per liter, uitgedrukt in PFOA-equivalenten.

De hoeveelheid PFAS in je kraanwater hangt af van waar je woont. In regio's waar drinkwater wordt gemaakt van rivierwater (vooral West-Nederland) liggen de concentraties hoger dan in gebieden met grondwater als bron. Het RIVM concludeert dat de blootstelling via drinkwater alleen onder de gezondheidskundige grenswaarde ligt, maar dat de totale blootstelling via voedsel en drinkwater samen die grenswaarde wel overschrijdt.

Nederland pleit samen met Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Zweden voor een Europees verbod op PFAS. Begin 2026 oordeelde de rechter echter dat de Nederlandse staat voorlopig geen extra maatregelen hoeft te nemen.

Microplastics: onzichtbaar maar aanwezig

Microplastics zijn kleine stukjes plastic (kleiner dan 5 millimeter) die via allerlei wegen in het milieu terechtkomen: slijtage van autobanden, synthetische kleding, cosmetica en plastic afval. Ze belanden uiteindelijk in oppervlaktewater en grondwater.

Het goede nieuws: drinkwaterbedrijven filteren het overgrote deel van de microplastics uit het water. Uit onderzoek van Dunea en Waternet bleek dat er na zuivering nog ongeveer 18 deeltjes per 1.000 liter kraanwater overblijven. Ter perspectief: in flessenwater worden concentraties gevonden die honderden tot duizenden keren hoger liggen.

Toch is het onderzoek naar de gezondheidseffecten van microplastics, en met name de nog kleinere nanoplastics, nog in volle gang. Vooral de langetermijneffecten van chronische blootstelling zijn nog niet volledig in kaart gebracht.

Medicijnresten en bestrijdingsmiddelen

Via de gootsteen, het toilet en de landbouw komen resten van medicijnen en bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht. Drinkwaterbedrijven verwijderen een groot deel van deze stoffen tijdens het zuiveringsproces, maar niet alles.

Om het in perspectief te plaatsen: zelfs als kraanwater de maximaal toegestane concentratie medicijnresten zou bevatten (1 microgram per liter), zou je 685 jaar lang dagelijks twee liter moeten drinken om het equivalent van een enkele paracetamol binnen te krijgen. De concentraties zijn dus extreem laag, maar het feit dat ze meetbaar aanwezig zijn, roept bij steeds meer mensen vragen op.

Chloor

Anders dan in veel andere landen, waaronder de Verenigde Staten en Groot-Brittannie, wordt in Nederland geen chloor aan het drinkwater toegevoegd. Het zuiveringsproces is zodanig ingericht dat desinfectie met chloor niet nodig is. Dat draagt bij aan de neutrale smaak van Nederlands kraanwater.

Zware metalen

Stoffen als lood, koper en nikkel kunnen in kleine hoeveelheden in je kraanwater voorkomen, met name als gevolg van oude waterleidingen. Huizen gebouwd voor 1960 hebben soms nog loden leidingen. In dat geval adviseert het RIVM om het water even te laten doorstromen voordat je het drinkt.

De drinkwaternorm voor lood is in 2023 aangescherpt naar 5 microgram per liter. Drinkwaterbedrijven voldoen hier ruimschoots aan, maar de kwaliteit kan veranderen in de laatste meters van de waterleiding, in je eigen woning.

Veilig, maar niet per se zuiver

De conclusie is genuanceerd. Nederlands kraanwater is veilig om te drinken. Het voldoet aan strenge wettelijke normen die regelmatig worden gecontroleerd. Tegelijkertijd bevat het meetbare sporen van stoffen die je er liever niet in hebt: PFAS, microplastics, kalk, en in sommige gevallen medicijnresten of zware metalen.

"Veilig volgens de norm" en "zo zuiver mogelijk" zijn twee verschillende standaarden. Steeds meer mensen kiezen ervoor om die laatste meters van de waterleiding zelf in handen te nemen, met een waterfilter als extra zuiveringsstap.

Wat kun je zelf doen?

Een goede eerste stap is meten. Met een TDS-meter kun je snel zien hoeveel opgeloste stoffen er in je water zitten. Het geeft je een indicatie van de waterkwaliteit en laat je het verschil zien tussen ongefilterd en gefilterd water.

Daarnaast kun je overwegen om een kraanwaterfilter te gebruiken. Een filter op je kraan verwijdert een groot deel van de ongewenste stoffen, terwijl je gewoon lekker, schoon water uit je eigen kraan blijft drinken. Zonder gesleep met flessen, zonder plastic afval, en voor een fractie van de kosten.

Bij Lurava geloven we dat zorg voor je gezondheid begint bij het water dat je drinkt. Niet uit angst, maar uit bewustzijn.

Terug naar blog